Geurbestrijding bij rioolwaterzuivering vraagt om specifieke kennis van het zuiveringsproces, omdat de geurbronnen zich vaak op een beperkt aantal, goed te identificeren plekken bevinden. Wie deze plekken kent, kan gericht filtercapaciteit inzetten waar die het hardst nodig is, in plaats van het hele terrein op dezelfde manier te behandelen.
De ontvangstkelder als startpunt
Het afvalwater dat een rioolwaterzuiveringsinstallatie binnenkomt, is vaak al onder anaerobe (zuurstofarme) condities getransporteerd. Onder deze omstandigheden breken bacteriën stoffen af waarbij waterstofsulfide (H2S) ontstaat. Bij aankomst in de ontvangstkelder wordt het afvalwater als het ware "gestript", waardoor juist hier relatief hoge H2S-concentraties vrijkomen.
De balanstank en dagritmes
Vanuit de ontvangstkelder stroomt het water vaak door naar een balanstank, die dient om schommelingen in zowel waterhoeveelheid als concentratie te egaliseren. Concentraties schommelen namelijk niet alleen met de temperatuur, maar ook met het tijdstip van de dag; de vroege ochtend, wanneer veel huishoudens gelijktijdig doorspoelen, is daar een bekend voorbeeld van.
Slibverwerking en DAF-units
Ook in de slibverwerking, waar het gefilterde vaste materiaal wordt verwerkt, ontstaat aanzienlijke geuroverlast. Bij industriële zuiveringen wordt daarnaast regelmatig gebruikgemaakt van DAF-units (dissolved air flotation), waarbij kleine zuurstofbelletjes vaste deeltjes laten opdrijven zodat deze kunnen worden afgeschuimd. Ook via deze belletjes komt extra H2S vrij.
Voor effectieve geurbestrijding bij rioolwaterzuivering loont het dus om de filtercapaciteit specifiek af te stemmen op deze proceskritische punten: ontvangstkelder, balanstank en slibverwerking. Allsorb ontwerpt installaties die op deze specifieke stappen zijn afgestemd, zodat de beschikbare capaciteit daar wordt ingezet waar de geurbelasting het grootst is.