Luchtfilters voor biogasinstallaties onderscheiden zich van reguliere geurfilters doordat de belasting vaak hoog en continu is, en de gevolgen van uitval direct merkbaar zijn in zowel gaskwaliteit als installatieschade. Dit vraagt om filtermedia die betrouwbaar presteren én snel vervangbaar zijn.
Een tweetraps opzet als standaard
Bij biogas gaat het vooral om het afvangen van waterstofsulfide (H2S) en vluchtige organische stoffen (VOC's), beide afkomstig van het rottingsproces waarbij het biogas ontstaat. Om dit effectief te doen, worden luchtfilters voor biogasinstallaties doorgaans in twee trappen opgebouwd: een eerste trap gericht op H2S, gevolgd door een tweede trap voor VOC's. Deze opzet zorgt ervoor dat het biogas aan de kwaliteitseisen kan voldoen die gelden voor verdere verwerking of invoeding op het gasnet.
ATEX en zelfontbranding
Omdat biogasinstallaties doorgaans binnen ATEX-zones functioneren, gelden er strenge veiligheidseisen. Zo wordt de toegepaste actieve kool behandeld om zelfontbranding tegen te gaan, en moeten alle werkzaamheden rond de filters volgens vastgelegde procedures worden uitgevoerd.
Snelle beschikbaarheid als onderscheidend vermogen
Bij veel biogasleveranciers is de vervangingsfrequentie van filtermedia hoog, en gaat het om grote hoeveelheden die letterlijk per pallet worden geleverd. Continue monitoring signaleert vroegtijdig wanneer een filter doorslaat, zodat snel geschakeld kan worden. Een eigen zuigwagen speelt hierbij een belangrijke rol: die maakt het mogelijk om media snel te wisselen zonder afhankelijk te zijn van de beschikbaarheid van externe partijen, wat stilstand — en de kosten die daarmee gepaard gaan — tot een minimum beperkt.
Luchtfilters voor biogasinstallaties vragen dus om meer dan alleen een goed filtermedium: ze vragen om een partij die grote voorraden snel kan leveren en logistiek is ingericht op korte responstijden. Allsorb heeft zich hierin gespecialiseerd, met een sterke focus op zowel filtratie als de bijbehorende service.